Voor zorgverleners die arbeidsmigranten behandelen, is het een herkenbaar probleem: misverstanden door taalverschillen. Goede zorg begint bij elkaar goed begrijpen. Het Anderetaalpasje helpt om een taalbarrière snel zichtbaar te maken. Het pasje maakt het makkelijker voor patiënten en cliënten die niet goed Nederlands spreken om hun zorgverlener om een tolk te vragen. 

Hoe werkt het pasje? 

Het idee achter het Anderetaalpasje is simpel. Laat een patiënt of cliënt het pasje zien bij een zorgverlener, dan is meteen duidelijk dat er een taalbarrière is. Het pasje is eigenlijk een verzoek: “Kunt u een tolk inschakelen?” Dat helpt vooral in situaties waarin iemand zelf niet goed kan uitleggen wat er speelt.  

De zorgverlener kan vervolgens besluiten een tolk te bellen die de juiste taal spreekt. Via een QR-code op het pasje vindt de zorgverlener meer informatie over het inschakelen van een tolk. Goed om te weten: als er een tolk wordt ingeschakeld, zijn daar geen kosten aan verbonden voor de patiënt of cliënt. 

Wanneer schakel je een tolk in? 

Vooral bij ingewikkelde gesprekken is een tolk onmisbaar. Denk aan een eerste consult, een gesprek over onduidelijke klachten of situaties die gevoelig zijn. 

Soms kan een collega helpen die dezelfde taal spreekt. Toch is dat niet altijd wenselijk. Een professionele tolk is onafhankelijk, vertaalt nauwkeurig en heeft geheimhoudingsplicht. Dat geeft rust en duidelijkheid aan beide kanten. 

Nieuwe richtlijn voor taalbarrières 

Sinds 9 oktober 2025 geldt er een nieuwe landelijke richtlijn voor omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein. Daarin staat wat zorgverleners het best kunnen doen als iemand geen of weinig Nederlands spreekt. 

Het Anderetaalpasje sluit daar goed op aan. Het maakt het onderwerp direct bespreekbaar en helpt om sneller de juiste ondersteuning in te zetten. 

Ondersteun jij arbeidsmigranten of heb je arbeidsmigranten in dienst? Wijs ze op het pasje. Via anderetaalpasje.nl zetten ze het makkelijk op hun telefoon.