Werknemers met een flexibel contract krijgen meer zekerheid over hun inkomen en werktijden. De Tweede Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel hierover van minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De wet moet draaideurconstructies met tijdelijke contracten tegengaan en nulurencontracten vervangen. Dat is ook belangrijk voor veel arbeidsmigranten, die te vaak werken met een nulurencontract en daardoor weinig zekerheid hebben over werk en inkomen. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, gaan de nieuwe regels op 1 januari 2028 in.

Beeld: © Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Minder tijdelijke contracten

Met deze nieuwe wet wordt het uitgangspunt dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller uitzicht krijgen op een vast dienstverband.

Nulurencontract verdwijnt

Nulurencontracten maken plaats voor zogenoemde bandbreedtecontracten. Werkgever en werknemer spreken daarbij een minimum- en maximumaantal uren af. Het maximum mag niet hoger zijn dan 130% van het minimum. Werknemers mogen extra oproepen boven dat maximum weigeren. Werkt iemand structureel meer uren, dan moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden.

Meer bescherming voor uitzendkrachten

Uitzendkrachten krijgen recht op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij het bedrijf waarvoor zij werken. Dat geldt voor loon én andere arbeidsvoorwaarden. Ook wordt de periode waarin uitzendkrachten dagelijks ontslagen kunnen worden of geen zekerheid hebben over hun werkuren verkort van anderhalf jaar naar één jaar.

Onderdeel van grotere hervorming

Het wetsvoorstel maakt deel uit van een groter pakket hervormingen van de arbeidsmarkt. Daarmee wil het kabinet werknemers meer zekerheid geven en werkgevers flexibel houden. De plannen zijn gebaseerd op afspraken met vakbonden en werkgevers en op adviezen van de commissie Borstlap en de Sociaal-Economische Raad (SER).

Meer weten? Lees het persbericht.