Om de kwaliteit van huisvesting te verbeteren, zijn de afgelopen jaren verschillende regels en normen aangescherpt. Zo gelden er eisen voor goed verhuurderschap en voor de minimale woonruimte per persoon. Gemeenten hebben daarbij een belangrijke rol in het stellen van lokale eisen en het houden van toezicht op verhuurders. Daarnaast wordt gewerkt aan strengere en meer uniforme normen voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
Wet goed verhuurderschap
Sinds 1 juli 2023 geldt de Wet goed verhuurderschap. Deze wet stelt landelijke regels voor verhuurders en verhuurbemiddelaars, onder meer om discriminatie en intimidatie tegen te gaan.
Voor arbeidsmigranten geldt dat de huurovereenkomst los moet staan van de arbeidsovereenkomst. Ook moeten zij informatie over hun rechten en plichten krijgen in een taal die zij begrijpen. Gemeenten kunnen daarnaast een verhuurvergunning verplicht stellen voor de verhuur aan arbeidsmigranten en daarin eisen stellen aan bijvoorbeeld het aantal bewoners, de voorzieningen, het onderhoud en de huurprijs.
Gemeenten houden ten aanzien van private verhuurders en verhuurbemiddelaars toezicht op de naleving van de wet en moeten een meldpunt hebben waar huurders gratis en anoniem ongewenst verhuurgedrag kunnen melden. Om gemeenten bij de uitvoering te ondersteunen zijn onder meer een handreiking, communicatietoolkit en modelverordening beschikbaar.
Minimale woonoppervlakte per persoon
Sinds de invoering van de Omgevingswet in 2024 kunnen gemeenten zelf bepalen hoeveel woonoppervlak per persoon minimaal nodig is. De landelijke basisnorm is 12 m² per persoon in een woning en 6 m² in een woonwagen. Gemeenten kunnen lokaal een hogere norm vaststellen. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten adviseert het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten minimaal 15 m² per persoon, met één persoon per slaapkamer van minimaal 5,5 m².
Aanscherping normen voor huisvesting
Stichting Normering Flexwonen (SNF) en het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) hebben ieder een eigen keurmerk voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het Aanjaagteam adviseert om deze keurmerken samen te voegen en de normen aan te scherpen. De gesprekken over één gezamenlijk keurmerk liggen voorlopig stil vanwege verschillen van inzicht over de normen voor seizoenshuisvesting.
AKF heeft de normen voor huisvesting die het hele jaar wordt gebruikt inmiddels aangescherpt. Sinds 1 januari 2026 geldt een minimale leefruimte van 15 m² per persoon. Ook gelden eisen voor de slaapkamer en het sanitair en mogen maximaal twee personen een kamer delen. Toercaravans zijn niet toegestaan voor seizoenshuisvesting.
Ook SNF heeft de afgelopen jaren de normen voor huisvesting aangescherpt, met name voor nieuwe ondernemingen die zich registreren bij SNF en voor nieuwe locaties van al geregistreerde ondernemingen. Per 1 oktober 2026 geldt daarvoor ook een minimale gebruiksoppervlakte van 15 m² per persoon. Ook mag een slaapkamer in principe maar door één persoon worden gebruikt. SNF werkt nog aan nieuwe normen, bijvoorbeeld voor bestaande locaties.