Veel arbeidsmigranten weten niet precies hoe het Nederlandse onderwijssysteem werkt. Daardoor melden zij hun kinderen niet altijd op tijd aan voor school. De gemeente Den Haag wil ouders hier zo vroeg mogelijk bij ondersteunen. Sinds de zomer van 2025 helpt voorlichter Debora Ivanova ouders bij de inschrijfbalie voor de Basisregistratie Personen (BRP) om hun kinderen snel op school te krijgen. Samen met Stefan van den Berg, coördinator van het mobiele Work in NL-informatiepunt, vertelt ze over de pilot.
Beeld: Martijn Beekman
Debora en Stefan
Ouders meteen bereiken bij inschrijving
Debora is 3 dagen per week aanwezig op Stadsdeelkantoor Segbroek. Daar komen arbeidsmigranten om zich in te schrijven in de BRP. Debora komt zelf uit Bulgarije en spreekt onder andere Bulgaars en Turks. In de wachtruimte spreekt ze ouders met kinderen aan. Ze richt zich vooral op Bulgaarse arbeidsmigranten.
In Bulgarije zijn kinderen vanaf 7 jaar leerplichtig. In Nederland mogen kinderen vanaf 4 jaar naar school en zijn ze vanaf 5 jaar leerplichtig. "Als ouders horen dat hun kind hier al vanaf 4 jaar naar school mag, schrikken ze soms", vertelt Debora. "Dan leg ik uit hoe het Nederlandse onderwijs werkt. In groep 1 en 2 gaat het bijvoorbeeld veel om samen spelen en leren."
Niet alle ouders willen direct hulp. Debora geeft dan haar contactgegevens mee. "Soms bellen ze later alsnog. Bijvoorbeeld als ze naar een school moeten voor de definitieve inschrijving en iemand nodig hebben die Nederlands of Engels spreekt." Debora gaat dan zelf mee of schakelt iemand uit haar netwerk in. "We zorgen ervoor dat er iemand is die kan helpen."
"Nu kunnen kinderen sneller beginnen en verkleinen we de kans op een achterstand."
Voorkomen dat kinderen onderwijs missen
Dat vroege contact is belangrijk, vertelt Stefan. In de aanloop naar de vierde verjaardag van hun kind ontvangen ouders meerdere brieven over het aanmelden voor school. Daarvoor moeten zij wel in de BRP staan ingeschreven. "Sommige arbeidsmigranten staan niet in de BRP of komen pas naar Nederland als hun kind al 4, 5 of 6 jaar is", zegt Stefan. "Dan hebben ze die eerdere informatie gemist."
Daarom zoekt de gemeente ouders ook op andere plekken op, bijvoorbeeld tijdens evenementen en koffieochtenden voor moeders met jonge kinderen. "Ik stel me voor, vertel wat ik doe en geef mijn visitekaartje", zegt Debora. "Ik merk dat ouders mijn nummer daarna ook onderling delen."
Sommige ouders verwachten maar kort in Nederland te blijven. Ze zien daarom niet altijd de noodzaak om hun jonge kind hier naar school te laten gaan. Maar plannen kunnen veranderen. "Als je uiteindelijk toch langer in Nederland blijft, heeft je kind misschien al een achterstand opgelopen", zegt Stefan. "We willen ouders daarom niet alleen vertellen wat de regels zijn, maar ze ook helpen om vooruit te kijken."
Sinds de start van de pilot zijn 70 kinderen met hulp van Debora aangemeld bij een school. "Een deel van deze kinderen was anders waarschijnlijk pas later op school terechtgekomen", zegt Stefan. "Nu kunnen ze sneller beginnen en verkleinen we de kans op een achterstand."
Een netwerk rond ouders en kinderen
De hulp stopt niet bij de schoolinschrijving. Debora brengt ouders ook in contact met andere organisaties en professionals. Voor informatie over wonen en werken in Nederland kan ze bijvoorbeeld verwijzen naar het mobiele Work in NL-informatiepunt. Voor vragen over onder andere geldzaken kunnen ouders terecht bij Lokaal.
Ook brugfunctionarissen kunnen helpen. Zij zijn verbonden aan onderwijsinstellingen en ondersteunen ouders bij het contact met de school. Voor jongere kinderen kan Debora een peuterconsulent van het Centrum voor Jeugd en Gezin inschakelen. Die informeert ouders over voorschoolse educatie en helpt bij het aanmelden.
Volgens Stefan zit daar een belangrijke kracht van de aanpak. "Al die professionals waren er al, maar voor ouders vormden ze nog niet altijd één netwerk. Debora weet wie ze voor welke vraag moet bellen. Daardoor komen ouders makkelijker bij de juiste hulp terecht."
"Je kunt voorzieningen goed regelen, maar mensen moeten wel weten dat ze bestaan."
Drempels bij inschrijving
Het lukt niet altijd om ouders snel te bereiken, omdat zij verschillende drempels ervaren bij het inschrijven in de BRP. Zo weten zij niet altijd hoe de inschrijving werkt, kunnen zij zich soms niet inschrijven op hun woonadres of moeten zij lang wachten op een afspraak. Daardoor kan het langer duren voordat Debora hen bij de inschrijfbalie spreekt.
Ouders denken soms ook dat hun kind eerst in de BRP moet staan ingeschreven voordat ze hun kind kunnen aanmelden voor school. Dat is niet nodig: een kind kan ook zonder BRP-inschrijving worden aangemeld. "Veel ouders weten dat alleen niet", zegt Debora.
Extra ondersteuning op school
Ook als een kind eenmaal op school zit, kan extra aandacht nodig zijn. De gemeente Den Haag pleit daarom bij het Rijk voor gelijke financiering van onderwijs aan nieuwkomers. Scholen krijgen minder geld voor onderwijs aan kinderen van arbeidsmigranten dan voor onderwijs aan kinderen van asielzoekers en statushouders. Den Haag vult een deel van dat tekort nu zelf aan.
"Kinderen van arbeidsmigranten beginnen vaak met een taalachterstand", zegt Stefan. "Hun ouders spreken de taal soms ook niet, gezinnen verhuizen relatief vaak en het Nederlandse schoolsysteem is nieuw voor hen. Dat vraagt tijd en aandacht van scholen."
De pilot laat volgens Stefan vooral zien hoe belangrijk het is om ouders persoonlijk te bereiken en verschillende vormen van hulp met elkaar te verbinden. "Je kunt voorzieningen goed regelen, maar mensen moeten wel weten dat ze bestaan."