De overheid wil ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven die zakendoen in het buitenland, dit maatschappelijk verantwoord doen. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) betekent rekening houden met zaken op het gebied van mensenrechten, werkomstandigheden en milieu. Met nationale en Europese regelgeving wordt IMVO wettelijk verplicht. Hierdoor kunnen slechte omstandigheden sneller geïdentificeerd en voorkomen worden.   

Gepaste zorgvuldigheid

Bedrijven die arbeidsmigranten inzetten, moeten verantwoordelijkheid nemen voor goede woonomstandigheden en werkomstandigheden in de gehele keten. Dat betekent dat zij inzichtelijk moeten maken wat er in hun keten gebeurt en dat ze misstanden bespreekbaar maken en oplossen waar mogelijk. Dit heet gepaste zorgvuldigheid (due diligence) en volgt uit richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Corporate Sustainability Due Diligence Directive

De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) is een Europese richtlijn die zeer grote bedrijven wettelijk verantwoordelijk maakt voor het in kaart brengen, voorkomen en beëindigen van nadelige gevolgen van hun activiteiten. Het gaat daarbij om nadelige gevolgen voor mensenrechten, inclusief arbeidsrechten en het milieu.

Wet internationaal verantwoord ondernemen

De CSDDD trad op 25 juli 2024 in werking en wordt uitgewerkt in nationale wetgeving: Wet internationaal verantwoord ondernemen (Wivo). Vanaf juli 2028 gaan de verplichtingen uit de CSDDD gelden voor de eerste grote groep bedrijven. De Europese Commissie heeft op 26 februari 2025 het Omnibusvoorstel gepresenteerd waarin meerdere vereenvoudigingen staan beschreven om de regeldruk van Europese duurzaamheidswetten te verlagen. Deze voorgestelde vereenvoudigingen hebben ook effect op de CSDDD. Zo wordt het deel van de keten waarin gepaste zorgvuldigheid moet worden toegepast ingekort.

Strengere aanpak arbeidsuitbuiting

Op 29 september 2026 stemde de Eerste Kamer in met de Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel. De wet maakt de strafbaarstelling van mensenhandel duidelijker en breidt deze uit. Zo wordt ‘ernstige benadeling’ een nieuw strafbaar feit. Hierdoor ontstaan meer mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden tegen werkgevers die misbruik maken van werknemers in een kwetsbare positie. Het gaat bijvoorbeeld om forse onderbetaling, zeer lange werkdagen of vrijheidsbeperking, zoals het innemen van een paspoort. 

Ook krijgt de Nederlandse Arbeidsinspectie meer mogelijkheden om misstanden op de werkvloer strafrechtelijk aan te pakken. Mensen die profiteren van mensenhandel of ernstige benadeling kunnen bovendien effectiever worden vervolgd en bestraft.

De Tweede Kamer stemde op 10 juni 2025 al in met het wetsvoorstel. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking treedt. Het Openbaar Ministerie, de politie en de Arbeidsinspectie hebben tijd nodig om zich voor te breiden op de uitvoering van de wet. De betrokken ministeries zijn daarom met elkaar in gesprek over wanneer de wet ingaat.

Voortgang en tijdlijn